fbpx

BeSchrijving
NLP Practitioner, Blok 2
februari 2020

De tijd is omgevlogen sinds Blok 1 van de opleiding NLP Practitioner van Novalife. En zo begon vandaag Blok 2.

Dit keer was de heenreis een stuk relaxter. Veel minder druk op de weg. En een stuk gezelliger in de auto, want Alida reed met mij mee. Wij blijken namelijk op een steenworp afstand van elkaar te wonen. Wat een toeval!

Het was leuk om iedereen weer te zien. En om de twee newby’s te ontmoeten: Daniëlle, een medecursist die de opleiding in een andere groep is gestart, maar nu overgestapt is naar onze groep. En Elmar, die Mirjam gaat bijstaan als begeleider.

Ook dit keer hadden we in De Beukenhof weer een hele gang met kamers plus een gezellige woonkamer voor ons alleen. En, tot mijn grote blijdschap, weer de luxe van een eigen badkamer. Wel een heel kleintje, maar hee, wel privé.

Dit keer niet aan de voorkant van het gebouw, zoals vorige keer, maar aan de achterkant. Met prachtig uitzicht op de tuin. Het was er wel een stuk kouder dan aan de voorkant. De meneer van de techniek van De Beukenhof wilde de gezamenlijke thermostaat wel wat hoger zetten, maar hij stond al bijna op maximaal. Hopelijk zou het helpen. En anders maar een extra dekbedje ‘s nachts.

Omdat de vorige lesruimte al wat aan de kleine kant was geweest voor ons gezelschap en we nu ook nog met twee personen meer waren, hadden we dit keer een groter lokaal: de Feestzaal van De Beukenhof. Een mooie, sfeervolle ruimte met een eigen bar. Dus mochten we later dit weekend toch besluiten Carnaval te vieren, dan kan dat gewoon tijdens de lessen. Hahaha.

Goed, de basis was dus weer prima geregeld, de eerste lesdag kon beginnen. Uiteraard begonnen we de dag met een meditatie en een intentie stellen. Hè, lekker vertrouwd. Omdat we er nu een cursist en een begeleider bij hadden, vormden we twee aparte intentie-groepjes. Alida en ik gingen samen met Elmar aan de slag, Daniëlle, Ronja en Sabine vormden een groepje met Mirjam.

Ik koos deze eerste dag de intentie: “Ik ben veilig.” En ik vind dat ik dat even uit moet leggen.

Na vorige keer, toen het me de Dramatische Derde Dag allemaal te veel was geworden, maakte ik me zorgen of zoiets dit keer weer zou gebeuren. Ik ben namelijk als de dood dat er in de dam, die ik in mijn hoofd heb gebouwd om mijn oude zeer achter te verstoppen, barstjes of zelfs een bres zal ontstaan. Vorige keer was het maar net goed gegaan. Richard heeft me toen heel lief geholpen alles weer een beetje in perspectief terug te brengen. Maar er zit nog veel meer ellende achter die dam en ik vreesde met grote vreze dat het, als dat er doorheen zou komen, allemaal niet meer zo gemakkelijk te stelpen zou zijn. En die vrees was de week voor dit Blok 2 groter en groter geworden in mijn hoofd.

Vooraf heb ik dit aan Maaike en Richard verteld en ze hebben beiden geprobeerd me gerust te stellen. Was wel heel grappig dat ze dat apart van elkaar in exact dezelfde bewoording deden.

“Je onderbewuste laat alleen door de dam komen waarvan het weet dat je het aankunt.”

En dat is een mooie geruststelling om me aan vast te houden. Rationeel wist ik wel dat de wereld niet zou vergaan, mocht er wel wat naar boven komen, maar emotioneel wilde dat vertrouwen niet komen. Vandaar deze intentie. Ik hoopte, dat als ik die zou uitspreken, het gevoel vanzelf zou komen.

Na de intentie kwamen we weer bij elkaar en kregen Daniëlle en Elmar de gelegenheid zich voor te stellen. Hierna herhaalden Maaike en Richard in vogelvlucht nog even de belangrijkste begrippen uit Blok 1 en toen begonnen we echt.

Dag 1

In het vorige Blok hadden we er al heel kort even aan mogen snuffelen, maar hadden wij cursisten nog niet echt de rol van Waarnemer mogen vervullen. Daar ging nu verandering in komen.

De Waarnemer is naast de Ontdekker en de Gids de derde rol in een proces. De rol van Waarnemer lijkt eenvoudig, beetje van een afstandje toekijken als je twee medecursisten samen hard aan het werk zijn. Maar nee nee, zo simpel is het niet. De Waarnemer moet precies dat doen wat de naam al doet vermoeden: waarnemen. Waarnemen hoe de Gids de Ontdekker begeleidt. Waarnemen of er geen rare dingen gebeuren. Eventueel houdt hij ook de tijd bij. Daarnaast staat de Waarnemer standby voor het geval de Gids advies nodig heeft bij de begeleiding van de Ontdekker. Dus je aandacht mag niet verslappen en je moet goed in de gaten hebben waar de Gids en Ontdekker mee bezig zijn.

Daarnaast geeft de Waarnemer na afloop feedback aan de Gids, Volgens de methode van de

Feedbackburger of TipTopTip methode. Dit houdt in dat je eerst positieve feedback geeft (“Wat ik jou zie/hoor doen is ….”), daarna constructieve feedback/advies (“Wat beter kan is ….”) en ter afsluiting nogmaals positieve feedback (een specifieke waarneming). Goed opletten dus, Waarnemer, want het moet echt iets toevoegen voor de Gids. Alleen maar “Goed gedaan, joh!”, daar kom je niet mee weg.

Ik merkte al gauw dat die rol van Waarnemer mij wel aansprak. Ik ben altijd al een groot pleitbezorger voor het geven van meer complimentjes in het dagelijks leven. Dat ik in die rol ook even niet met mijn eigen onderbewuste aan de gang hoef vond ik deze dag ook wel relaxed.

Na wat oefeningen in de diverse rollen was het tijd voor het volgende, misschien wel het meest intrigerende onderwerp in de opleiding tot nu toe. In het kader van de vooronderstelling “Lichaam en geest zijn een eenheid” gingen we het hebben over oogbewegingen.

Je hebt vast wel eens een politiefilm of -serie gezien waarin een verdachte verhoord wordt. En dat de slimme politieman hem ontmaskert als de dader, omdat hij tijdens zijn verhaal naar rechtsboven kijkt. Want dat is de “leugen”-kant. Hij had naar links moeten kijken, dan was hij onschuldig geweest! Ha! Betrapt, boef! Je gaat de gevangenis is!

Heeft me altijd gefascineerd, die theorie. Ik kon het me niet voorstellen dat het zo simpel zou zijn. Maar hoe het dan wel zit …. ? Ik wil dat al zo lang weten en nu zou ik het horen..

En inderdaad, het was niet zo simpel. Het bleek toch net even wat genuanceerder dan wat we in films zien. Het klopt dat je door naar de ene kant te kijken je herinneringen ophaalt en dat je aan de andere kant een beeld “construeert”. Maar dat naar boven kijken gaat alleen om het visuele aspect. Auditief kan je ook herinneringen ophalen (“Zing een favoriet kinderliedje in je hoofd”) of construeren (“Hoe klinkt een zaag door golfplaat”) en dan is de stand van je ogen anders. Of wat dacht je van gevoelens terughalen? Of je interne dialoog? Dan gebeurt er weer wat anders met je ogen.

Maar let op: niet iedereen kijkt voor herinneringen naar links en voor “constructie” naar rechts. Er zijn ook mensen atypisch. Die kijken voor de herinnering naar rechts en voor de constructie naar links. Precies andersom dus. En dat kan dan ook weer wel gelden voor bijvoorbeeld visueel, maar voor auditief en kinesthetisch niet. Of juist wel voor auditief en voor de andere twee niet. Of voor alle drie wel, of.. of … of

…. Nou ja, je begrijpt het, legio mogelijkheden.

De mythe van je ogen als leugendetector blijkt dus inderdaad een mythe. Het ligt zo ontzettend veel genuanceerder. Daarnaast is het absoluut noodzakelijk om iemand eerst te kalibreren, te testen of hij typisch of atypisch reageert. Doe je dat niet, dan valt er al helemaal geen zinnig woord over te zeggen.

Ik zat te popelen om de bijbehorende oefening te mogen doen. Daarin moesten we de ander vragen stellen en dan opschrijven wat je de ogen zag doen. Nu we de theorie kenden zagen we zoveel gebeuren. Bij sommige vragen was het simpel, draaiden de ogen in één keer naar een kant. Maar er waren ook vragen waarbij ze alle kanten op schoten: omhoog, omlaag, links, rechts, heen en weer en op en neer. Hahaha, het was soms gewoon niet bij te houden. Wat ik daaruit opmaakte is dat er veel meer bij komt kijken dan alleen herinneren. Komen er emoties bij, of moet je even met jezelf in overleg (interne dialoog), ook dat kan je opmaken uit de stand van de ogen.

Bij Elmar bijvoorbeeld gingen de ogen bij bijna alle vragen, ook de auditieve en kinesthetische, eerst omhoog. Hij blijkt een echte beelddenker. En een a-typische ook nog. Echt zo vreselijk leuk om te zien.

Maar waarom leerden we dit? We zijn immers geen wannabe-detectives? Behalve om een kijkje te nemen in het onderbewuste van een ander is er nog een heel bijzondere toepassing voor deze theorie. Voorbeeld: als je een gevoel dat je hebt niet kunt verwoorden, dan kan je deze methode gebruiken. Door omlaag te kijken kan je gevoelens ophalen. Of een innerlijke dialoog voeren. Terwijl je het opgeroepen gevoel vasthoudt, draai je je ogen naar boven. Daarmee transporteer je als het ware het gevoel van het kinesthetische niveau naar het visuele niveau. In de hoop dat er dan een beeld verschijnt bij het gevoel. Dat je dan misschien gemakkelijker kunt beschrijven. En/of aanpassen. Waardoor je het gevoel erbij ook verandert. Zoals we eerder in Blok 1 hebben geleerd.

Uiteraard gingen we dit ook oefenen. “Het loslaten van een negatief zelfbeeld.”, heette de oefening. Nou, als er iets op mij van toepassing is …

De bedoeling was een voor jezelf negatief zelfbeeld op de hand van je Gids te projecteren. En het daar te houden en blijven zien. De Gids bewoog dan langzaam die hand in een grote cirkel door de lucht, jou daarmee dwingend je ogen rond te laten draaien. Daarmee het gevoel door alle delen van het onderbewuste heen te trekken. Ook die delen die je normaal liever vermijdt. In Blok 1 was ik er al achter gekomen dat dat voor mij het auditieve gedeelte is. Kinesthetisch en visueel ben ik veel sterker, daar ligt echt mijn voorkeur.

Het idee achter deze oefening is dat er in je onderbewuste een interne dialoog tussen je modaliteiten (reminder: dat zijn je zintuigen) ontstaat, waardoor de perceptie van dat negatieve beeld verandert.

Prachtige theorie. Helaas was de praktijk bij mij anders. Het lukte het mij niet om mijn beeld op de hand van mijn Gids te blijven zien. Zodra we in het auditieve gedeelte aankwamen tijdens het draaien van mijn ogen, viel het weg. Heel frustrerend. Paar keer geprobeerd, maar elke keer hetzelfde probleem. Jammer. Maar niet alles lukt en het hele idee alleen al vind ik zo vreselijk interessant, dat het wat mij betreft toch een uitermate geslaagd onderwerp was.

Als laatste vandaag behandelden we het Communicatiemodel. We hadden het plaatje van een hoofd al eerder aan de muur zien hangen, maar de theorie erbij kenden we nog niet. Simpel gezegd gaat het over hoe je eigen beeld van de werkelijkheid tot stand komt en hoe dat je gedrag / communicatie beïnvloedt en zelfs vormt.

Informatie komt het onderbewuste binnen. Zintuiglijk, maar straling valt hier ook onder. Voor je al die informatie opslaat haalt je onderbewuste het automatisch door een aantal filters heen. Wat op dat moment niet belangrijk is of lijkt, volgens je onderbewuste, wordt weggelaten. Je vervormt het zodat het past bij jouw eigen Model of the World en je generaliseert. En wat er dan nog overblijft, wat je daadwerkelijk opslaat, stuurt uiteindelijk je gedrag, je communicatie.

Voor zover de theorie. Morgen zouden we hier nog verder op doorgaan, dus als je wenkbrauwen nu nog in standje “Huh?” staan, lees dan gewoon gezellig door. Meer uitleg volgt verderop. We sloten de middag weer af met ons intentiegroepje. Ik had me redelijk veilig gevoeld de hele dag, hoewel ik wel een enorme weerzin bleef voelen tegen de oefeningen. Maar ook de wijziging van de groep had effect op me. De dynamiek was veranderd en daar had ik moeite mee. Ik kon er nog niet echt de vinger op leggen waar het aan lag, maar het Blok was nog maar net begonnen, tijd genoeg om hierover na te denken. Of eraan te wennen.

Ik had me voorgenomen na het avondeten mijn rust te pakken en me terug te trekken op mijn kamer. Maar het was daar nog steeds nogal koud en ik besloot toch maar in de woonkamer te gaan zitten. Daar trof ik diverse anderen en de avond verliep gezellig. Eén voor één gingen de anderen naar bed. Ik vond het nog wat vroeg en was blij dat Elmar er nog even bij kwam zitten. Met hem ontspon zich een zeer geanimeerd gesprek en plots was het bijna middernacht. Oeps, daar ging mijn goed voornemen bijtijds te gaan slapen. Nou ja, jammer dan. Gezellig is ook belangrijk. Morgen dan. Morgen zou ik echt aan mezelf denken en me prikkelarm in mijn kamertje opsluiten.

Dag 2

Na een ijskoude nacht werd ik deze tweede dag niet echt fit wakker. Twee koppen koffie pepten me wel enigszins op, maar met een beetje een duf hoofd voegde ik me bij de anderen. Echt, niet meer zo laat naar bed gaan.

Van het eerste onderwerp van deze tweede lesdag kreeg ik gelukkig weer energie. We kregen uitleg over het linguïstische deel van NLP: het Metamodel. Dat was voor mij, als taalgekkie, spekkie voor mijn bekkie. Zoals we gisteren geleerd hadden bij de uitleg over het communicatiemodel wordt een externe gebeurtenis door je onderbewuste niet letterlijk opgeslagen. Het laat dingen weg, vervormt en generaliseert eerst naar hartenlust. Hierdoor is het beeld dat je uiteindelijk opslaat verarmd, verschraald. En heel subjectief.

Stel je voor, vier mensen hebben gezamenlijk iets meegemaakt en je laat elk van deze personen de situatie beschrijven, dan krijg je vier verschillende verhalen. Geen van die vier verhalen is gelogen, maar verwarrend is het wel. Want hoe kom je er nou achter wat er werkelijk gebeurd is?

Daartoe is het Metamodel ontwikkeld. Het bevat tien definities van taalpatronen, verdeeld over drie categorieën: de weglatingen, de generalisaties en, je raadt het al, de vervormingen.

Taalpatronen hinten naar hoe het echt zit, maar ze geven je niet de volledige informatie die je nodig hebt om de verbinding tussen de werkelijkheid en het Model van Wereld van de spreker te kunnen maken. Om het verarmde, verschraalde beeld weer kleurrijker, uitgebreider te kunnen maken, zul je vragen moeten stellen.

Volg je het nog? Het klinkt allemaal nogal abstract, hè? Misschien dat een paar voorbeelden meer helderheid scheppen:

Een voorbeeldje van een “weglating”: Iemand kan zeggen: “Ik ben boos!”. Okee, de spreker is boos. Maar er ontbreekt info. Want op wie is degene die het zegt boos?

Of iemand zegt: “Die pen is mooier.” Dit roept meteen de vraag op: “Mooier dan wat?” De antwoorden op deze vragen zullen je beeld van de situatie duidelijker maken.

Een andere, veel voorkomende “overtreding” in de categorie “generalisaties” is de extreme uitspraak. Bijvoorbeeld: “Niemand luistert naar mij!”

De vraag die je in dat geval kan stellen is: “Is dat zo? Luistert er echt niemand naar je? Helemaal niemand?”.

Je zult merken dat zo’n vraag degene, die het zo stellig beweerde, aan het denken zet. En dat de uitspraak genuanceerd zal worden. En dat jij daarmee weer een klein stukje beter inzicht krijgt in het Model van de Wereld van de ander. Net als de spreker zelf overigens.

Okee, nog ééntje dan. Een voorbeeld uit de categorie “vervormingen”. Eén van mijn favorieten. Dat is de bronloze uitspraak. Hierbij zegt iemand iets zonder de bron te vermelden. Zoals bijvoorbeeld een uitspraak à la “Vrouwen boven de veertig mogen geen rokken boven de knie dragen.” Oh? Wie zegt dat? Of waar staat dat precies, dat dat niet mag? Hahaha, daar kan je me echt zo vreselijk mee op de kast krijgen.

Maar ook een opmerking als “Hard werken loont.” valt onder de bronloze uitspraken. Men stelt iets als voldongen feit, als waarheid, maar daar kan je zeker nog wel vraagtekens bij zetten. In totaal zijn er tien van dit soort taalpatronen, “overtredingen”. Sommige waren voor mij vrij abstract. Die ga ik dan ook niet aanhalen hier. Want ik kan het niet uitleggen. Maar een paar herkende ik wel van mezelf.

Zoals “gedachten lezen” en “vooronderstellingen”, waarbij je iets ziet of hoort en daar je conclusies uittrekt zonder te checken of het wel klopt. Story of my life, zou ik zeggen.

Er hoorde natuurlijk een oefening bij dit onderwerp, maar wat die was, bleef nog even een verrassing. Dat zouden we morgen horen. En doen. Spannend!

Vandaag zetten we er flink vaart achter, dus hup, door naar het volgende onderwerp. Dat was “Rapport”. En dan het Franse woord, dus uitgesproken als “rappóór”.

In de NLP context is dit een containerbegrip voor “aansluiting bij de ander vinden”. Die aansluiting zoek je om harmonie te creëren. Met respect voor elkaars Model van de Wereld en met als doel verbinding te leggen om de communicatie te verbeteren.

We kregen uitgelegd hoe we onze verbale, maar met name ook non-verbale communicatie in konden zetten om in rapport met de ander te komen. Door je houding, gezichtsuitdrukkingen, ademhaling zelfs aan te passen aan die van de ander. Onderbewust schept dat een band. En daardoor voel je je meer op je gemak bij elkaar. Dan heb je rapport gemaakt.

De oefening deden we in paren. Eén van de twee vertelde een verhaal aan de ander. Maakte niet uit wat, gewoon een eind in de ruimte kletsen. De luisteraar moest dan proberen in rapport te komen met de verteller. Vooraf had ik verwacht dat ik dat lastig zou vinden. Dat het gekunsteld zou overkomen. Maar tot mijn verrassing bleek het reuze mee te vallen en lukte het wonderwel. Mijn verteller, Sabine, bleef lekker kletsen en ik leefde mee met haar en haar verhaal.

Daarna, terwijl de verteller, Sabine dus, bleef doorpraten, moest de toehoorder, ikke, het rapport weer verbreken. Met de bedoeling te ervaren dat, hoe subtiel de toehoorder dat ook deed, de verteller het onderbewust zou oppikken. En dat was inderdaad zo!

Met name als verteller, want uiteraard werden de rollen ook een keer omgekeerd, vond ik de ervaring verbluffend. Ik ben wel een lekkere kletskous, kan vijf kwartier in een uur lullen. Maar toen Sabine haar rapport met mij verbrak, verdween mijn animo om door te vertellen als sneeuw voor de zon. Ik kon gewoon niets meer verzinnen, er vielen stiltes, het werd ongemakkelijk en het gesprek bloedde als vanzelf dood.

Wat een eyeopener! En een pijnlijke ook. In het dagelijks leven kan ik tijdens een gesprek met iemand nog wel eens afgeleid raken. Dan blijf ik wel luisteren, maar mijn onverdeelde aandacht heeft het gesprek dan niet. Zelf zie ik daar dan geen probleem in. Ik volg immers het gesprek nog. Maar dat blijkt dus enorm slecht voor je rapport en dus voor je onderbewuste band met de verteller. Nu ik aan den lijve heb ondervonden hoe teleurstellend of kwetsend zelfs dat kan voelen, schaam ik me een beetje. Dat het zo’n negatieve impact heeft op de ander, heb ik mij nooit gerealiseerd. Voor mij een uitermate belangrijke les die ik in mijn dagelijks leven zeker ga toepassen.

Tjonge ….

Na nog meer theorie en nog een oefening was ook dit voor mij indrukwekkende onderwerp behandeld. En was de les voor vandaag klaar. De avond van de tweede dag begon met een leuke discussie met Mirjam. We waren het niet over alles eens, dus het was echt pittig af en toe. Maar dat maakte niet uit. Ik vind het altijd interessant om de mening van een ander te horen. En zeker die van haar. Na ons gesprek gingen we uit elkaar, elk naar onze eigen kamer.

Oh, had ik al verteld dat ik verhuisd was? Na die ijskoude eerste nacht heb ik het raam aan een grondige inspectie onderworpen en er bleek naast het raamkozijn een flinke kier te zitten waar de wind ongehinderd door naar binnen kon blazen. Tja, dan wil het wel afkoelen. Zoals gezegd hadden we de hele gang voor ons alleen, dus keuze zat qua kamers. En zo keerde ik die avond terug naar mijn nieuwe, warme kamer. Net als in mijn boomhut vorige keer maakte ik een lekker holletje met een paar kussens in mijn rug, laptop op schoot, biertje ernaast om even lekker mijn social media af te schuimen.

Moe was ik nog niet, zin in een nog een biertje na die eerste had ik wel. Dus toog ik naar de woonkamer, want daar stond er nog één voor me in de koelkast. In de woonkamer trof ik Richard. Dat kwam goed uit, want ik wilde hem nog wat vragen over de les van vandaag en zo raakten we in gesprek. En dat werd een behoorlijk diepgaand gesprek. Voor mij althans.

In de woonkamer trof ik Richard. Dat kwam goed uit, want ik wilde hem nog wat vragen over de les van vandaag en zo raakten we in gesprek. En dat werd een behoorlijk diepgaand gesprek. Voor mij althans.

Voor dat gesprek heb ik een klein, gecontroleerd kiertje in mijn dam gemaakt zodat mijn verhaal over mijn moeizame relatie met mijn ouders erdoor kon komen. De relatie met hen is al heel lang niet goed. Op de één of andere manier passen we niet bij elkaar. Al van jongs af aan botert het niet. In de loop der jaren hebben ze mij een aantal keren ontzettend hard afgewezen.

Een jaar of tien geleden voor het laatst. Ter ere van mijn verjaardag waren we uit eten. Het gesprek kwam op een meningsverschil dat ik maanden daarvoor met mijn zus gehad had. Daar wilden zij het fijne van weten. Nee, dat zeg ik niet goed. Zij riepen mij ter verantwoording over één zinnetje uit de e-mailconversatie van toen tussen mijn zus en mij. Blijkbaar had mijn zus die aan mijn ouders doorgestuurd. Omdat ik vond dat het iets tussen mij en mijn zus was en mijn ouders daarin geen partij waren, weigerde ik gehoor te geven aan hun nogal dwingende verzoek.

Of misschien is “eis” een betere omschrijving. Als ze hier met iemand over wilden praten, dan moesten ze dat met mijn zus doen. Die had hen immers de e-mails doorgestuurd. Mijn vader is het niet gewend dat hem iets geweigerd wordt en hij zette mij daarop voor het blok. Toen ik bleef weigeren sprak hij de woorden die sindsdien in mijn herinnering staan geëtst: “Dan hoeven wij jou nooit meer te zien.”.

En zo geschiedde. Want zoals gezegd was het niet de eerste keer dat ze me duidelijk maakten dat ze ook prima zonder mij konden leven. Maar op dat moment besloot ik dat het wel de laatste keer zou zijn.

Nadat ik het verdriet en de woede over deze ultieme afwijzing verwerkt had (lees: ze achter een dam in mijn hoofd gemetseld had) restte opluchting. Opluchting dat ik nooit meer naar ze toe hoefde. Opluchting dat ik hen niet meer bij mij thuis hoefde uit te nodigen voor wat dan ook. Opluchting dat ik nu ontspannen Moederdag en Kerst kon vieren met alleen mijn eigen gezin. Niet meer opzitten en pootjes geven en constant op je hoede zijn. Niet meer denken: “Laat ik voor de lieve vrede mijn mond maar houden.”.

Opluchting dat ze me niet meer zouden kunnen kwetsen. Maar nu de jaren verstrijken en mijn ouders bejaard raken, hoor ik steeds vaker een stemmetje in mijn hoofd. Van de plichtsgetrouwe, naar erkenning hunkerende jongere ik : “Moet je het echt niet nog één keer proberen goed te maken? Want wat als ze overlijden? Dan is het te laat. En wat als je dan ontzettend spijt krijgt? Kan je daar dan mee leven? Het zijn natuurlijk wel je ouders …. ”.

Vooral die laatste zit er goed in geramd bij mij. Het Heilige Moeten. De Bloedband met een hoofdletter. Mijn huidige ik, de volwassen vrouw en moeder, weet het antwoord wel: “Nee! Je doet het niet! Je zult wéér gekwetst worden, dat weet je toch? Laat het zoals het is, het is goed zo.”.

Maar mijn jonge ik is als een Sirene. Ik kan niet niet naar haar luisteren.

En ik begin te twijfelen. Misschien moet ik het inderdaad doen. Nog één keer mijn trots inslikken, mijn verdriet opzij schuiven. Maar ik durf niet. Ik wil niet. Weet niet hoe ik moet omgaan met alle emoties die bij het idee alleen al naar boven komen. Ik voel de reuring die het veroorzaakt achter de dam in mijn hoofd en ik ben als de dood dat die het niet gaat houden als ik aan de oproep van mijn jonge ik toegeef.

Dus ik negeer haar zo goed en kwaad als het gaat en druk de gevoelens weg. Maar nu, hier, met al die oefeningen waarbij we onderbewuste gevoelens naar de oppervlakte blijven halen, willen deze emoties er ook uit. In golven slaan ze tegen de dam.

Daarom vertelde ik het aan Richard. In de hoop dat hij me zou kunnen adviseren. Helpen misschien. Zoals hij mij door een simpele opmerking vorige keer ook zo ontzettend geholpen heeft met mijn zwaar gepeste achtjarige ik, die nog steeds af en toe om de hoek komt kijken. Het was een goed gesprek. Richard zei inderdaad een paar zinnige dingen die ik zelf niet bedacht had. Gaf me zelfs een onverwacht kijkje in het Model van de Wereld van mijn vader. Waardoor ik opeens meer begrip kon opbrengen voor zijn houding in het hele gebeuren. En waardoor ik zelfs een heel kleine beetje milder over hem ben gaan denken. Vergeven kan ik hem nog niet. Maar misschien is het een begin?

In de loop van het gesprek was ook Elmar binnengekomen. En ook hij was alleszins bereid zijn kijk op de zaak te delen. Hahaha, wat een luxe, een soort therapeutische sessie met twee geweldige therapeuten. Dankjulliewel, mannen! Het heeft me goed gedaan. Echt heel fijn.

Toen ik uiteindelijk, weer veel te laat, ik leer het ook nooit, naar bed ging, had ik veel om over na te denken. Gelukkig viel ik redelijk snel in slaap, maar dat weerhield mijn onderbewuste er niet van om flink aan het werk te gaan.

Dag 3

De volgende morgen stond ik op en begon het huilen. Vanwege de avond ervoor? Of vanwege de spanning voor de Dramatische Derde Dag van het Blok? Vorige keer had ik er op de derde dag immers helemaal doorheen gezeten en ik was als de dood geweest dat het weer zou gebeuren. Of was het een combinatie van die twee?

Nou ja, wat het ook was, ik moest er wat mee. Want zo kon ik de les niet in. Ik besloot me te beperken tot koffie op mijn kamer en niet aan te schuiven aan het ontbijt. Eerst dat huilen stoppen. Tot rust komen.

Het lukte enigszins, hoewel het wel bleef prikken achter mijn ogen. En in die toestand stapte ik de Feestzaal binnen. Gelukkig had Richard voor de openingsmeditatie iets bedacht wat me leuk afleiding gaf. Een loopmeditatie. In plaats van lui op je stoel werden we geacht zomaar door de Feestzaal te lopen (bezoek aan de bar was toegestaan). Enige regel was niet tegen elkaar aan te botsen.

Na een paar minuten zo kriskras rondlopen, werden we weer bij elkaar geroepen om paren te vormen. En toen werd het grappig. Terwijl ik eraan terugdenk, begin ik alweer breed te grijnzen. Goed, we vormden dus paren. Eén van de twee liep voorop. Gewoon, lekker ontspannen, zoals je altijd loopt. De ander liep er achteraan en moest de voorop-loper nadoen. Houding, snelheid, gedrag imiteren.

Zo liepen we in vier paren door het lokaal. Uiteraard kwamen we elkaar dan tegen. Af en toe gaf Richard de voorop-lopers een opdracht. Bijvoorbeeld om de voorop-loper van het duo dat je tegenkwam een high five te geven. Of de hand te schudden. De beide volgers van die duo’s moesten ook dat imiteren. Door de volgers van de voorop-loper een high five te geven. Of de hand te schudden.

Na een poosje rond gestapt te hebben, anderen begroet te hebben en een boel gegiechel en hilariteit werden de duo’s gesplitst. De voorop-lopers mochten aan de kant gaan staan, de volgers liepen door. En wel op de manier waarop ze eerder de voorop-loper gevolgd hadden. Zo konden de voorop-lopers zien hoe hun loopje door de volger geïnterpreteerd was en geïmiteerd werd.

En dat was zó grappig! Hilarisch gewoon. Hahaha. Hierna werden de rollen omgedraaid en werden de voorop-lopers de volgers. En het hele circus herhaalde zich.

Hè, dat deed goed. Het had me geholpen mijn tranen weer weg te drukken. Een beetje lacherig en daardoor lekker relaxed ging ik weer zitten.

Aan het werk! Het eerste onderwerp van vandaag was een belangrijke: ankeren. Door te ankeren verbind je een externe prikkel aan een intern gevoel. Met de bedoeling om dat interne gevoel later op te kunnen roepen door die externe prikkel toe te passen.

Heel kort door de bocht: je creëert een soort Pavlov reactie bij jezelf. Dat werd ook gezegd door één van ons cursisten, maar daar keken Maaike en Richard een beetje moeilijk bij. Dus laat ik dat niet als voorbeeld gebruiken. Iets anders dan.

Uit yoga. Stel je voor: iemand zit in lotushouding. Benen gekruist, voeten op de kuiten, ogen gesloten, handen met de rug van de hand op de knieën en, daar komt ie, met de duim en wijsvinger tegen elkaar aangedrukt. En soms hummen ze daar dan ook nog bij. Herken je het? Ja, hè?

Nou, dat gebaar met die handen, eventueel in combinatie met het hummen, daar gaat het om. Dat gebaar wordt gebruikt om tot innerlijke rust te komen.

Het gevoel van innerlijke rust is verankerd in dat handgebaar. Eventueel in combinatie met het hummen. En zoiets voor elkaar krijgen, dat gingen we oefenen. Eerst een prettig gevoel ankeren door druk op een knokkel van je hand. En daarna proberen een negatief gevoel door middel van een verankerd, prettig gevoel te veranderen.

Bij het idee aan deze oefening mee te moeten doen kwam een enorm gevoel van weerstand in mij op. En begonnen de tranen weer te stromen. Verdorie, waarom nou toch? Het was een relaxte oefening, we gingen in eerste instantie met prettige gevoelens aan het werk. Waarom dan die tranen? Ik wist het echt niet.

Maar de sluizen stonden in één klap weer vol open en ik kreeg ze niet meer dicht. Wat was er nou toch met me aan de hand?

Toen ik ook nog onbedaarlijk begon te snikken en ik mijn ademhaling niet onder controle kon krijgen, besloot ik de groep te verlaten. Omdat ik zelf heel erg de behoefte had om alleen te zijn, maar ook om geen stoorzender te zijn.

En zo zat ik op wederom op de derde dag van een Blok in m’n up te huilen op mijn kamer. Ik voelde me zo opgelaten, zo’n een drama queen. Maar ik voelde me ook zo eenzaam, zo hopeloos. Wat had ik behoefte aan troost. En geruststelling. En daar stak Richard even later zijn hoofd om de deur. “Gaat het een beetje met je?”. Wat was ik blij hem te zien.

Ik hoopte dat hij weer wat zou zeggen waardoor bij mij een kwartje zou vallen, of een dubbeltje, of whatever. Waardoor ik me weer beter zou voelen. Maar helaas, dit keer was het niet zo eenvoudig. Richard bood wel troost, zei zinnige dingen, maar ik bleef huilen. Daarom stelde hij voor dat ik even een half uurtje of uurtje tot rust zou proberen te komen. Even lekker op mijn kamer te blijven. Of een wandelingetje te maken. Of wat ik maar prettig zou vinden. En mocht ik dan weer zover zijn dat ik weer naar de les wilde komen, dan, zo stelde Richard voor, was het misschien een idee om ergens anders te gaan zitten.

Wat meer afgezonderd. Misschien wilde Mirjam met me ruilen, die recht tegenover me had gezeten. Ik zou dan haar plaats naast Elmar innemen, zodat die een barrière tussen mij en de rest van mijn medecursisten zou vormen. Dan kon ik me hopelijk wat beter afsluiten. Want, zo zei hij, en dat vond ik dan wel weer heel knap van mij, ik had mogelijk een negatief gevoel geankerd aan de plek waar ik zat. Hahaha, hoe toepasselijk!

Het lukte me uiteindelijk niet om nog voor de lunch terug te komen. Maar erna was Mirjam uiteraard bereid om met me van plek te wisselen, zoals Richard voorgesteld had. En het werkte inderdaad. Ik had het idee dat ik niet meer midden in de drukte zat. Mijn tranen bleken nog niet helemaal op, want ze druppelden nog redelijk gestaag over mijn wangen. Maar het hysterische snikken was onder controle. Ik durfde het weer aan.

Zaterdagmiddag, na de lunch. En dus tijd voor de begeleiders om zich terug te trekken om over ons cursisten te konkelen. Spannend, spannend. Tijd ook voor de verrassingsopdracht die gisteren aangekondigd was: wij moesten een toneelstukje voorbereiden. En uitvoeren. Over taalstructuren. Het onderdeel “toneelstukje” vond ik wat minder dolletjes, maar het stoeien met taal maakte me toch enthousiast.

Maaike, Richard, Mirjam en Elmar vertrokken en Sabine, Ronja, Alida, Daniëlle en ik gingen aan de slag. Al snel ontstond het idee (credits Ronja) om onze lessituatie na te spelen. Dus een Maaike en een Richard (die we tot Henk en Ingrid omdoopten, want nooit over de rug van een aanwezige ander grappen maken) voor de klas die iets uitlegden maar waarbij het niet helemaal ging zoals ze wilden.

Ronja en Daniëlle staken meteen hun vinger op bij de vraag wie Henk en Ingrid wilden spelen. Alida, Sabine en ik vonden het prima om de bijdehante leerlingen te spelen. Bij het schrijven van het script kwamen we er tot onze verrassing achter dat de voorbeelden van taalpatronen in onze syllabus allemaal een nogal negatieve connotatie bleken te hebben.

Het was best een uitdaging om ze op de juiste manier om te buigen naar positieve voorbeelden. Maar met vereende krachten kwamen we tot een leuke tekst. En we hadden ‘m ook precies op tijd af. Het werd een hilarisch stukje. Wat een leuke opdracht!

En zo sloten we met een glimlach deze zaterdag af en zo verlieten we de Feestzaal. Even tijd voor onszelf voor het avondeten.

Hoewel de dag met het toneelstukje op een positieve manier was afgesloten, zat het in mijn hoofd nog niet helemaal lekker. Maaike had het door (uiteraard zou ik bijna zeggen) en ze nodigde me uit om even samen te praten. Ze had me de hele dag al zien huilen om niets. En ik vermoed dat Richard haar ook wel verteld had over mijn gesprek met hem eerder die ochtend. En misschien zelfs ook over wat ik hem verteld had over mijn moeizame band met mijn ouders. Want al snel kwam het gesprek daar op.

Ik voel me ontzettend op mijn gemak en goed begrepen bij Maaike en ik durf in haar bijzijn mijn diepste gedachten hardop uit te spreken. Ik ben redelijk goed in zelfanalyse en dat kwam in dit gesprek goed van pas. Maaike liet mij zelf zoeken naar de mogelijke reden van mijn verdriet vandaag. Ze hoefde maar een paar vragen te stellen om mij op weg te helpen in het labyrinth van gevoelens in mijn hoofd. En zo kwam ik erachter dat ik met name moeite heb met het “waarom” van de afwijzingen van mijn ouders.

Ik kon (en kan nog steeds) niet bedenken wat ik voor vreselijks heb gedaan dat zulke keiharde afwijzing rechtvaardigt. Elke keer waren ze als donderslag bij heldere hemel uitgesproken. Me in extreme verwarring achterlatend. Echt, ik zag het niet aankomen. Daarom ben ik er ook elke keer zo van slag van. Het maakt de interactie met mijn ouders ontzettend stressvol. Ik heb altijd het gevoel op mijn hoede te moeten zijn met wat ik zeg of doe.

Want blijkbaar, zomaar, uit het niets, kan ik zomaar weer de deur gewezen worden. Of te horen krijgen dat ze mij niet meer als hun dochter beschouwen. Of dat ze me nooit meer hoeven te zien….

Na die laatste keer, zo’n tien jaar geleden, heb ik besloten dat het genoeg was. En daar heb ik vrede mee.

Althans, dat houd ik mij voor. Ja ja, ik weet het, ik hou mezelf voor de gek. Maar het werkt. Dus laat me. Wat me echter niet loslaat is waarom? Waarom nou toch?

Ik heb ze ooit aan hun verstand proberen te peuteren dat ze me er zo’n pijn mee hebben gedaan. En dat het de reden was waarom we elkaar een tijd niet hadden gezien. Maar tot mijn verbijstering antwoordden ze daarop dat zij het zich niet herinnerden dat ze zoiets gezegd zouden hadden. “En als we het al zo gezegd hebben, dan hebben we het vast niet zo bedoeld.” Waarna ze overgingen tot de orde van de dag.

Geen begrip, geen medeleven, laat staan spijt of zelfreflectie. Niets. Gewoon NIETS! Echt, ik moet wel een dochter van de melkboer zijn, want qua EQ of empathie lijk ik in niets op deze mensen.

Zoals je misschien wel merkt schuilt er veel frustratie achter mijn woorden. Het zal je dan ook niet verbazen dat het gesprek met Maaike hierover een behoorlijk emotioneel gesprek was. Maar het was okee.

Zoals gezegd heb ik een enorm vertrouwen in Maaike. Ik voel me veilig bij haar. En haar vragen hebben me toch maar mooi geholpen tot de kern van het probleem te komen, het te identificeren. De volgende stap is om te leren om te gaan met deze gevoelens. Hopelijk gaat me dat in de toekomst lukken.

Na twee avonden toch te laat naar bed en het emotioneel best zware gesprek met Maaike was het cruciaal dat ik eindelijk mijn broodnodige rust zou nemen. Ik had ook veel te verwerken. Het stormde in mijn hoofd. En die storm zwiepte de golven van verdriet en pijn op tot beukende golven. Ik hoorde de dam in mijn hoofd kreunen en knarsen.

Niet veel later lag ik lekker onder de dekens, laptop op schoot. Netflix. Beetje appen met het thuisfront. Biertje erbij. Moest goedkomen. En dat deed het ook. Om half 11 was ik moe genoeg, deed ik het licht uit en binnen no time sliep ik.

Ik had er echter niet aan gedacht om aan dochterlief te melden dat ik wel klaar was met de dag. En dus schrok ik een half uurtje later wakker van een appje van haar (erg wennen dat mijn kind later naar bed gaat dan ik). Niet erg, hoor, altijd gezellig.

Nadat ik haar geantwoord had en ik weer wilde gaan slapen, bleek mijn onderbewuste daar heel andere gedachten over te hebben. Die wilde het nog even met mij over mijn ouders hebben. En in plaats van de slaap kwamen de herinneringen.

Herinneringen aan conflicten met mijn ouders. Ik beleefde alle afwijzingen opnieuw. Plus nog een paar andere die ik beter weg had weten te stoppen. Maar die nu met de rest naar buiten kwamen golven.

Wat me nomaliter wel lukt, lukte nu niet: ik kon die nare beelden in mijn hoofd en bijbehorende gevoelens niet stoppen of ombuigen. Het was gewoon te veel. En al snel stroomden de tranen weer over mijn wangen, natte plekken makend op mijn kussen. Toen ook de beelden en emoties behorend bij het vreselijke “wij willen even met je praten” (dat zeiden mijn ouders altijd voor ze me compleet afbrandden) in full color op bioscoopformaat en dolby surround voorbij kwamen, ging dat druppelen over in ongecontroleerd grienen.

En heeft zeker een uur geduurd voor ik dat weer kon temperen. Waar ik de afgelopen weken zo bang voor was geweest, was gebeurd: de dam was doorgebroken. Mijn god, wat voelde ik me intens eenzaam. Iedereen al naar bed en ik daar snikkend in het donker. Wat wilde ik graag troost, steun.

Maar het was al zo laat. Bijna middernacht. Even overwoog ik of ik Maaike nog om hulp zou vragen, maar ik had geen idee in welke kamer ze zat. En ik wilde haar ook niet wakker maken.

Liefst had ik mijn toen mijn spullen gepakt en was ik naar huis gegaan. Maar ja, het bier, hè. Alcohol en verkeer gaan niet samen. Dus dat was geen optie.

En eigenlijk maar goed ook. Want naar huis gaan zou toegeven aan oude reflexen zijn geweest en was ik niet hier om te leren die te weerstaan en af te leren? Ik besloot manlief een berichtje te sturen: “Ben je nog wakker? Ik moet echt even met iemand praten.”

Gelukkig waren zowel hij als dochterlief nog wakker en stonden ze meteen voor me klaar. Bij hen kon ik even lekker uithuilen. Op afstand, dat dan weer wel. God, wat hou ik van die twee en wat ben ik toch een bofferd met zo’n thuisfront.

Toen ik weer enigszins gekalmeerd was, bedacht ik me dat het misschien wel goed was dat dit er nu uitgekomen was. Het was nodig. Reinigend zelfs. Maar wat zag ik op tegen de volgende dag! Nóg een hele dag vechten met al die gevoelens.

Na nog een biertje (sorry) viel ik eindelijk in slaap. Om niet meer wakker te worden tot de wekker ging. Beter uitgerust dan ik had durven hopen na mijn middernachtelijke escapades, stond ik op. Wel duf (kater, zucht) weliswaar, maar het was het wel weer rustig in mijn hoofd. En de tranen waren blijkbaar op, want mijn ogen bleven droog. Wat een opluchting.

Voor de zekerheid ontbeet ik ook deze ochtend met koffie op mijn kamer. En omdat het goed bleef gaan qua tranen enzo, stapte ik redelijk relaxed de Feestzaal in voor onze vierde en laatste lesdag van dit Blok. Ik kan dit!

Dag 4

Tijd voor de evaluaties! Aan Elmar de schone taak de evaluatie van Alida en mij met ons te bespreken. Een moment waar we allemaal als verliefde bakvissen naar uitgekeken hadden. Het is altijd fijn om complimentjes en positieve feedback te krijgen. En dat kregen we.

Oh, over complimentjes gesproken: weet je wat ik me ineens bedenk? Ik heb het in deze beSchrijving nog helemaal niet over de visjes gehad! Want uiteraard deelden we die deze keer ook weer uit. Vanwege het grote aantal deelnemers was aan het begin van de eerste dag wel gekozen voor een iets andere aanpak dan vorige keer. Elke dag voor iedereen minimaal één visje schrijven was wel een beetje te veel van het goede voor sommigen onder ons, dus hadden we voor de Secret Santa methode gekozen.

Iedereen had een lootje getrokken en voor diegene moest je dan elke dag een visje schrijven. Uiteraard mocht je tussendoor ook voor anderen visjes schrijven, maar het hoefde niet. Na het lootjes trekken bleek ik Elmars Secret Santa te zijn. Toen ik zijn naam op mijn lootje las, had ik even een momentje van stress. “Elmar? Die is nieuw, ik ken hem helemaal niet, hij is een begeleider, wat moet ik in vredesnaam opschrijven?”

Maar mijn stress leek voorbarig, want Elmar bleek een leuke, aardige vent, met meer dan genoeg eigenschappen om complimenteus over te zijn. Na dit uitstapje snel terug naar de les:

Het eerste onderwerp van vandaag was “op respectvolle wijze een gesprek beëindigen”.

Hee, dat is interessant. Niet alleen in het kader van NLP, maar in het algemeen. Want wie heeft er niet af en toe dat iemand maar tegen je aan zit te kletsen terwijl je eigenlijk weg moet, maar dat het niet lukt om het gesprek op een nette manier te beëindigen? Waardoor je uiteindelijk geen andere uitweg ziet dan heel bot het gesprek af te kappen. En dat is dan misschien wel effectief, maar niet leuk om te doen. Maar hoe dan wel?

Nou, dat het bleek kinderlijk eenvoudig. Met name met de rapport-oefeningen van gisteren in het achterhoofd. Want dit is eigenlijk een variatie daarop. Door met opzet subtiel te mismatchen met je gesprekspartner gaat het bijna vanzelf. En op het moment dat je merkt dat je gesprekspartner gaat haperen vanwege het gebrek aan rapport, onderbreek je op uitermate vriendelijke en meelevende wijze het gesprek.

Daarmee onmiddellijk weer rapport opbouwend of zelfs herstellend. Waardoor je boodschap dat je het gesprek helaas moet onderbreken, goed ontvangen wordt. Verbluffend. Zo simpel kan het dus zijn.

Hierna volgde nog een stukje uitleg over ankeren. En dan met name “collapse anchors”. Daarbij gebruik je een positief en een negatief anker tegelijk om het geankerde negatieve gevoel zo’n optater te geven met het geankerde positieve gevoel, dat het definitief veranderd wordt.

Daniëlle durfde het aan om als voorbeeld voor de groep te gaan zitten. Echt dapper van haar, vond ik, want het ging hierbij specifiek om een ervaring met een zware, negatieve emotie. Ik durfde het niet aan. Ik had mijn zware, negatieve emoties net weer veilig weggeduwd, die ging ik echt niet vrijwillig weer tevoorschijn halen. Maar zij deed het toch maar mooi.

Dat is wel fijn in onze groep. Er heerst een goede, open sfeer. Niemand wordt veroordeeld of uitgelachen. Je kan echt helemaal jezelf zijn. Als je dat wilt.

In de lunchpauze nam ik me voor vandaag weer mee te doen met een oefening. Om de weerzin ertegen te doorbreken, voor die zo groot werd dat het helemaal niet meer zou lukken (leer mij mezelf kennen). Een beetje zoiets als weer op een paard gaan zitten als je er afgevallen bent. Moet je niet te lang mee wachten, want dan durf je misschien niet meer.

Na de lunch gingen we door met het onderwerp “Logische niveaus”. De logische niveaus zijn tot stand gekomen door een combinatie of samenkomst van gedragswetenschappen en logica en zijn gebaseerd op een model van antropoloog Gregory Bateson. De mens wordt hierin beschouwd als een collectie van systemen. Op biologisch gebied en op het niveau van het bewuste/onderbewuste.

Het biologische gedeelte laten we in deze opleiding buiten beschouwing, we richten ons op het (onder)bewuste element. In het systeem van ons brein hebben we logische niveaus. Volgens dit model, vormgegeven als piramide, zijn de niveaus van onder naar boven de volgende:

  1. Omgeving
  2. Gedrag
  3. Capaciteiten/vaardigheden
  4. Overtuigingen/waarden
  5. Identiteit
  6. Missie

In deze piramide regelt en organiseert een bovenliggend niveau het niveau eronder. Als er iets verandert in een bovenliggend niveau, dan zal het onderliggende niveau ook veranderen. Andersom, dus als in het onderliggende niveau iets verandert, dan kan er iets in het bovenliggende niveau veranderen, maar dat hoeft niet.

Ad 1: Omgeving: De stoel waarop we zitten, de temperatuur in de zaal, de wind die waait. Het gaat op dit niveau voornamelijk om biologische factoren.

Ad 2: Gedrag: Gedragingen die wij laten zien. Let op: gedrag van een ander valt in je eigen piramide onder “omgeving”

Ad 3: Capaciteiten/vaardigheden: Deze sturen gedrag aan.

Ad 4: Overtuigingen/waarden: Deze geven richting aan wat je doet. Als je er bijvoorbeeld van overtuigd bent dat je iets niet kunt, dan gaat het ook niet lukken. Overtuigingen kunnen ook betrekking hebben op je identiteit: “Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje.” Hierbij heeft een lager niveau dus invloed op een hoger niveau.

Ad 5: Identiteit: Op dit niveau gaat het over wie je bent. Of wie je denkt te zijn. Een onderdeel hiervan zijn ook de rollen in je leven. En dat worden er in de loop van je leven steeds meer. Je bent kind. Maar later ook vader of moeder. Je hebt de echte versie van je identiteit en de versie die je bent geworden. En tussen die twee kan een groot verschil liggen.

Ad 6: Missie: Dit is een krachtige. De vraag die je je hierbij stelt is: “Waarom of waarvoor leef je? Wat is je rol in het leven?” Dat kan bewust zijn, maar ook onbewust.

De missie is superkrachtig in het leiden. Als daar iets verandert, verandert de hele piramide. Daarom is het maar goed dat je missie in het leven niet zo heel veranderlijk is. Dat gebeurt misschien vier, vijf keer in je leven. Wanneer? Als je bijvoorbeeld ernstig ziek wordt. Dan staat je leven al snel in het teken van “beter worden”. Of na een belangrijke gebeurtenis. Bij mij bijvoorbeeld na de geboorte van mijn dochter. Veel van wat ik tot dan toe belangrijk had gevonden in het leven, werd totaal irrelevant. Mijn missie werd alles in het werk te stellen haar een gezond en gelukkig leven geven. En als ik dan nu kijk naar deze piramide, dan klopt het inderdaad dat ik hierna op alle niveaus veranderd ben. Verrassend.

In deze opleiding NLP Practitioner leren we voornamelijk te werken met of aan de drie onderste lagen: “omgeving”, “gedrag” en “capaciteiten”. In de opleiding NLP Master zal de nadruk meer op de lagen “identiteit” en “overtuigingen/waarden” liggen. Maar dat is nog toekomstmuziek.

Na de uitgebreide uitleg door Maaike was het tijd voor een oefening. Om mijn koudwatervrees voor de oefeningen te overwinnen stak ik mijn hand op toen Maaike vroeg wie de demonstratie wilde doen. En ik was de gelukkige. Daar stond ik dan toch weer, voor de hele groep. Beetje eng wel, maar was minder eng dan ik had gevreesd.

De opdracht was iets te bedenken wat ik in de ene situatie wel kon maar in een andere niet. Dat werd bij mij “Een telefoongesprek voeren in het Engels”. Klinkt duf, maar is zakelijk een probleem.

Mijn Engels is bovengemiddeld goed. Ik kan me zowel privé als zakelijk, mondeling als schriftelijk, uitstekend redden. Ook telefoneren in het Engels gaat prima. Althans, privé. Neem ik echter op kantoor de telefoon op en moet ik overschakelen naar Engels, dan begin ik het hakkelen en kom ik bijna niet meer uit mijn woorden.

Word ik thuis “overvallen” door een Engelstalige beller, dan gebeurt dat niet. Zo idioot. Stoort me al heel lang, weet niet waar het aan ligt, dus ook geen idee hoe het op te lossen. En het belemmert me om te solliciteren naar een functie waar Engels wordt gevraagd. Misschien dat het met deze oefening met Maaike ging lukken?

Door middel van kaartjes met daarop de titels van de verschillende niveaus bouwde Maaike de piramide op op de grond voor mijn voeten op. Ik ging staan bij het laagste niveau “omgeving”. En dat was mijn vertrekpunt. “Wat komt er in je op bij het lezen van het volgende kaartje als je denkt aan je Engelse spreekvaardigheid in de privésfeer?” was bij elk volgend niveau de vraag. Het betreffende woord schreef Maaike dan op een briefje en dat legde ze op het kaartje van het bijbehorende niveau. En zo liet ze me (letterlijk) stap voor stap alle niveaus van de piramide afgaan tot ik bovenaan de piramide was aangekomen.

Daarna moest ik “zakelijk een telefoongesprek in het Engels voeren” in gedachten nemen en van bovenaf de piramide stap voor stap weer naar beneden volgen. En daar de gedachte die ik op de heenweg had neer laten leggen, toepassen op die situatie. Zo gezegd, zo gedaan.

En zo lag, toen ik bovenaan de piramide was aangekomen, voor mijn voeten op de grond het volgende:

Gedrag: ontspannen

Vaardigheden/capaciteiten: meer dan toereikend

Overtuigingen/waarden: dit kan ik

Identiteit: vrijheid (als in: niet gebonden aan een script)

Missie: begrip

Ik stond daar, keer er een tijdje naar, liet het even op mij inwerken. En ineens realiseerde ik mij dat ik mijn eigen oplossing had gecreëerd. Namelijk dat als ik begreep dat als ik de vrijheid heb te spreken zoals ik wil, ik dat ook kan, omdat mijn vaardigheden daartoe meer dan toereikend zijn en dat ik me dus kan ontspannen.

Dat hakkelen? Dat is echt nergens voor nodig. Want er is geen reden om aan mezelf te twijfelen. Ik kan dit. Die realisatie veroorzaakte letterlijk een klik in mijn hoofd. Alsof er een hendel omgezet werd ofzo. Het was zo logisch. Ik stond echt even met open mond van verbazing naar de kaartjes te kijken. Dit was weer zo’n gouden momentje in deze opleiding. Dat je je realiseert dat het zo simpel is.

Als je je realiseert wat je onderbewust al weet. Wow. Mijn koudwatervrees voor de oefeningen was verdwenen, het gevoel van blije verrassing, van “nou moe!”, was ervoor in de plaats gekomen. Fijn dat dat nog gelukt was voor het einde van dit Blok.

Want er restte nog één onderwerp: “The Circle of Excellence”. Het was echter al zo laat, dat Maaike en Richard daar doorheen vlogen. Ze deden bijbehorende demonstratie ook in ijltempo waardoor het wel slapstick leek. Zo sloten we de leerstof van Blok 2 in een hilarische stemming af. Uiteraard deden we nog een meditatie, maar toen was het echt over en niet lang daarna vertrokken we één voor één richting huis.

Ter afsluiting

Zoals in mijn beSchrijving van Blok 1 beloofd stel ik mijzelf ook nu weer de vraag: “Bemerk ik een verandering in mijn voelen, denken en/of doen?” Het antwoord daarop na Blok 2 is dat het wat minder duidelijk is dan na Blok 1. Maar er zijn wel dingen anders.

Voelen: Ik heb de afgelopen weken heel veel nagedacht over mijn gevoelens ten opzichte van mijn ouders. Heel moeilijk, ben ik nog niet uit. Ik heb contact gehad met mijn zus en die heeft iets gezegd dat ook weer als een mokerslag bij mij binnenkwam. Veel verdriet, spanning en stress weer. Maar met in mijn achterhoofd de tips en adviezen van zowel Maaike (“Mensen beschikken over alle hulpbronnen die ze nodig hebben om hun doelstellingen te bereiken”) als Richard (“de kaart is niet het gebied”) ga ik daarmee aan de slag.

Dat zal nog wel menig traantje opleveren, maar ik heb het Dieptepunt van de Derde Dag van het afgelopen Blok overleefd, in m’n eentje nog wel. Nou dan lukt de rest ook wel. Zeker met mijn liefhebbende gezin om me heen.

Denken: Wat ik merk in het dagelijks leven is dat de realisatie dat iedereen zijn eigen “Model of the World” heeft en dat daar grote verschillen in kunnen zitten, goed bij mij door begint te dringen. Ik houd er meer rekening mee en ik merk dat dat mijzelf veel rust in mijn hoofd geeft. Dat is prettig.

Doen: Hmmm, die is lastig. Ik kan eigenlijk niet iets verzinnen in mijn doen dat veranderd is. Ik loop nog steeds goed rechtop. Dus dat beklijft! Maar verder …. ? Nee, sorry, ik weet echt niets te verzinnen.

Tot zover mijn beSchrijving van Blok 2. Vanwege Covid19 is Blok 3 tot nader order uitgesteld. Het blijft daarom voorlopig even stil van mijn kant. Maar zodra we weer met meerdere mensen mogen samenkomen, ben ik zeker weer van de partij.

Liefs,
Sas